A A+
Zoeken:

Nuttige zaken

Onderwijs, bibliotheek, geschiedschrijving
 
 
 
1810-1850
 
In 1784 wordt in Edam de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen opgericht, kortweg ‘Het Nut’ genoemd. Initiatiefnemer is Jan Nieuwenhuijzen, die eerder – van 1758 tot in 1763 – doopsgezind predikant in Middelharnis is geweest. Volksontwikkeling en onderwijs zijn belangrijk voor Het Nut. Het is zoon Martinus Nieuwenhuijzen (geboren in 1759 te Middelharnis) die zich gaat inzetten voor beter onderwijs in Nederland. Niet alleen heeft Het Nut aan de wieg gestaan van de onderwijsvernieuwing, ook de openbare bibliotheek, Nutsspaarbank, volwassenenonderwijs en voor allerlei andere zaken op het terrein van de maatschappelijke zorg heeft Het Nut de eerste aanzet gegeven. Later zijn veel van deze activiteiten door de overheid en andere organisaties overgenomen en voortgezet.

In 1810 krijgen de dorpen Middelharnis en Sommelsdijk een eigen afdeling (een departement), in 1817 volgt ook Oude-Tonge. De heren, want er zijn nog geen dames lid, weten zich te vermaken met het houden van voordrachten en toneelstukken over allerlei onderwerpen. Ook zetten zij zich in voor verschillende vormen van onderwijs, met wisselend succes. Het opzetten van een spaarbank, de Nutsspaarbank en een bibliotheek hebben meer succes. Zowel de bank als de bibliotheek hebben tot ver in de twintigste eeuw bestaan. Eerst begin twintigste eeuw wordt een Ambachtsschool opgericht.
Onder degenen die zich interesseren voor de geschiedenis van Goeree-Overflakkee, is dominee Boers een begrip. Boers staat voor het meest gelezen en geciteerde boek over het eiland: ‘Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee’, dat in 1843 te Sommelsdijk wordt uitgegeven. Boers is naast dominee in Middelharnis vanaf 1838 ook schoolopzichter van Goeree-Overflakkee. Hij schrijft in het voorwoord van zijn boek: ‘de gehechtheid aan zijn geboortegrond kan bij een ieder vragen oproepen over de oorsprong daarvan, en de veranderingen in de loop der tijd. Ook in het onderwijs is het gebruikelijk geworden dat bij het vak aardrijkskunde men begint bij de plaats van inwoning en daarna de blik verder laat gaan.’ Op het eiland ontbreekt een goede handleiding, te gebruiken bij dit onderwijs. In 1845 verschijnt een verkorte versie van zijn boek, nog meer gericht op het gebruik als schoolboek.
 
Verdieping [Adobe Acrobat PDF - 1.89 MB]

>> terug