A A+
Zoeken:

Ondergang meekrapteelt

Gevolgen van de landbouwcrisis
 
 
 
1870
 
De vruchtbare akkers op Goeree-Overflakkee verschaffen vele mensenhanden werk. Van machines is nog geen sprake. Waar mogelijk worden trekpaarden ingezet, maar het meeste is nog handwerk. Het is zwaar werk en het zijn lange dagen. De knechts en landarbeiders moeten hard werken voor weinig geld. In de negentiende eeuw zijn enkele zware tegenslagen voor de landbouw, zoals de aardappelziekte in de tweede helft van de jaren veertig, de veepest omstreeks 1865, de ondergang van de meekrapteelt in de jaren zeventig en de langdurige wereldwijde landbouwcrisis. Zo rond 1895 gaat het weer beter met de landbouw.

Eeuwenlang is meekrap het belangrijkste landbouwproduct dat wordt verbouwd op het eiland. Het is een handelsgewas, dat je niet kunt eten. Van de wortels van de meekrapplant wordt een rode kleurstof gefabriceerd. Het drogen en het malen van de meekrapwortels vindt plaats in een zogenoemde meestoof. Rond 1850 staan nog zo'n twintig van dergelijke ‘stoven’ op Goeree-Overflakkee. In sommige dorpen herinnert een straatnaam aan een vroegere (mee)stoof. Begin jaren zeventig weet men de kleurstof uit de plant op een andere wijze te verkrijgen en stort de markt voor meekrap in. In dezelfde periode begint een wereldwijde landbouwcrisis.

Zeker in Ouddorp komt de klap hard aan. Daar staan maar liefst vijf meestoven. We zien daar dat veel mensen vertrekken naar Amerika. Ongeveer een derde deel van de bevolking van Ouddorp en Goedereede emigreert naar Amerika. Anderen kopen van hun laatste geld een bootje en schakelen over op de visserij. Van de dorpen op Overflakkee vertrekken veel mensen naar Rotterdam. Daar zijn dan juist de havens in opkomst en is er veel werk.

In dezelfde tijd wordt in Ouddorp begonnen met het uitmijnen of omzetten van de grond. Tegen het eind van de negentiende eeuw gebeurt dit op grote schaal om door te gaan tot ver in de twintigste eeuw. We hebben hier te maken met twee verschillende werkzaamheden. Bij het uitmijnen verwijdert men de armere zandgrond. De vrijgekomen grond wordt rondom het landbouwperceel gegooid. Hierdoor worden de zogeheten ‘hoagten’ of zandwallen gevormd. Een andere werkzaamheid is het omzetten. Hierbij verwijdert men de zandlaag en haalt de kleibodem naar boven, zodat de bodem in feite aan de oppervlakte komt te liggen en de bovenste laag naar onder gaat. Zowel bij het uitmijnen als bij het omzetten, moet een flink zandpakket worden afgegraven of omgezet.

Vanaf 1890 komen er veranderingen in de landbouw. Door de komst van kunstmest is het mogelijk de grond beter te gebruiken, met hogere opbrengsten. De kunstmest zorgt ervoor, dat er minder vee nodig is voor de mestproductie. De boeren kunnen de weilanden omploegen en gebruiken als akkerland voor bijvoorbeeld de verbouw van granen, aardappelen en uien.
Reeds vóór 1900 komen de eerste dorskassen op Goeree-Overflakkee. In deze machines kan het graan op snelle wijze worden gedorsen. Vóór die tijd moet dat handmatig met dorsvlegels, een werk dat in de wintermaanden werk verschaft aan veel mensen. De overige mechanisatie van de landbouw laat nog wel even op zich wachten.
 
Verdieping [Adobe Acrobat PDF - 1.93 MB]